Idensity®

De term ‘Idensity®’ is een conceptueel instrument voor het onderzoeken en ontwikkelen van ruimte in het informatie- en communicatie tijdperk.

Density
+
Identity
=
Idensity®

De term ‘Idensity®’ is een conceptueel instrument voor het onderzoeken en ontwikkelen van ruimte in het informatie- en communicatie tijdperk.

In de tegenstrijdige dynamiek van de stedelijke omgeving van vandaag, met zijn antithetische tendensen van concentratie en decentralisatie, functionele mix en segregatie, verliezen de traditionele termen van ruimtelijk onderscheid hun geldigheid. In dit gefragmenteerde stedelijke landschap worden categorieën zoals ‘functionele zonering’ (woon, werk, recreatie), ‘centrum’ versus ‘periferie’, ‘landschap’ versus ‘stad’ verouderd.

De polariteit tussen de particuliere en de openbare ruimte is uiteenvallen. Publieke en private omgevingen worden in elkaar gesmolten en vervagen in de fusie van media en ‘echte’ ruimte. We zien dit in de hybride ruimtes van de publieke uitzendingen (omgekeerde) privatenheden van reality tv en de ‘Big Brothers’ in de media aanwezigheid van oorlog die op onze woonkamers en in de privé-communicatie ruimte van mobiele telefonie binnen de openbare stedelijke ruimte komt.

Om de fusies te begrijpen, vervangt deze superpositie en de interacties van media en ‘echte’ architecturale / stedelijke ruimtes de nieuwe term ‘idensity®’ de verouderde conventionele termen van ruimtelijk onderscheid. Het onderscheidt zich niet tussen media netwerken en stedelijke / architectonische omgevingen en biedt een geïntegreerd model voor het omgaan met ‘hybrid’ (media en ‘real’) ruimte in de informatie- / communicatie-leeftijd.

Dit model kan het breedste bereik van (toekomstige) ruimten omvatten:
Een openbare infrastructuur voor teleshopping, telelearning of teledemocratie, zie ‘Public Media Urban Interfaces’, naar nieuwe ‘club’-faciliteiten, waardoor ruimte voor’ hybride ‘(media en’ real ‘ ‘Ruimte’) gebeurtenissen op een grotere stedelijke schaal, zie ‘Bridge Clubs’ en de netwerk ‘Mobile Containers’, zie bijvoorbeeld ‘ReBoot-NRW.NL’, een netwerkboot met 80 deelnemers aan boord, die de Rijn daalde in 1999 , Het aansluiten van het netwerk en de knooppunten (havensteden) van de rivier met media-netwerken (Internet / TV) of de gecombineerde media en ‘echte’ ruimte van uw bank, die zich voordoen in zijn telebankende applicatie met de bedrijfsidentiteit van zijn ‘ Echte ‘architectonisch gebouw, terwijl het in de representatieve ingang van het hoofdkwartier een architectuurruimte met hoge mate in elkaar brengt met de mediaruimtes van zijn netto aanwezigheid, in de vorm van monitoren, projecties, enz. (Bezoek gewoon uw bank).

‘Idensity®’ integreert het begrip ‘dichtheid’ (dichtheid van verbindingen, dichtheid van fysieke en digitale infrastructuur, dichtheid van communicatie-ruimten, enz.) Met het begrip ‘identiteit’ (beeldbeleid, stedelijke merken, enz.). Het kan bijvoorbeeld helpen bij het begrijpen van de processen van ruimtelijke segregatie en onderscheid tussen stedelijke fragmenten die kwaliteiten van wereldwijde prestaties hebben en die kunnen worden gezien als onderdeel van een ‘wereldwijde stedelijke staat’ en die andere, soms naburige (delen van) Steden die relevantie verliezen en verdwijnen uit (wereldwijde) mentale kaarten. ‘Idensity®’ kan geïmplementeerd worden als een operatief instrument om de processen van stedelijke ontwikkeling te sturen.

Maar het is niet een simpele opsomming van de twee concepten van ‘dichtheid’ en ‘identiteit’. Het is nogal een fusie, aangezien het ‘identiteit’ omgaat, ‘het koppelt aan communicatie:’ identiteit ‘wordt bepaald door connectiviteit.
Daarom richt het niet alleen op de ‘duidelijke identiteit, de bijzonderheid, de individualiteit van de traditionele plaatsen of cites (zoals centra en monumenten)’ maar ook de gelaagde ‘idensity®’ van de ‘non-lieux’ -places ‘] van de generieke steden van vandaag, die vooral te vinden zijn in mobiliteit en verbruik (luchthavens, hotels, winkelcentra, snelwegen, enz.). Het verwijst niet alleen naar objectkwaliteiten, maar beschrijft een gebied van bovenliggende communicatieruimten: de merkruimte van de kettingwinkel, de symbolische ruimte van het traditionele gebouw waar de winkel zich bevindt, de mediaruimte van teleshopping, de communicatieruimte van De GSM …

Deze nieuwe term is geïmplementeerd om de communicatieruimten van de komende ‘netwerkmaatschappij’ te beschrijven en te analyseren, een maatschappij die niet zozeer gebaseerd is op de traditionele, relatief statische structuren die behoren tot de familie, het bedrijf of de staat, maar op flexibele, dynamische , Steeds veranderende netwerken van uitwisseling en communicatie. Het draagt de discussie over de stedelijke vanuit het morfologische niveau van een formele beschrijving van de netwerkpatronen van de ‘netwerkstad’ naar een meer geïntegreerd structureel begrip van de netwerken van ruimten voor sociale communicatie.

De term ‘Idensity®’ is een conceptueel instrument voor het onderzoeken en ontwikkelen van ruimte in de informatie- / communicatie-leeftijd.

Inversions
of
Privacy

Idensity®
of the
Urbanite

Volgens het traditionele (bourgeois) concept van privacy is de identiteit gebaseerd op privé-individualiteit. Het is echter belangrijk om zich bewust te zijn van de historiciteit van zo’n concept. Zoals John Lucaks schrijft, “Domesticity, privacy, comfort, het concept van het huis en van het gezin [..] zijn letterlijk de belangrijkste prestaties van de Bourgeois Age.” [1] De opvatting van de “bezittende kamer” kwam in 17e op Eeuwse Engelse literatuur tegelijkertijd als nieuwe prive-fysieke ruimten tot stand kwamen, toen de introductie van de gang in de Engelse interieurs van de 17e eeuw de ontwikkeling van ‘privékwartieren’ mogelijk maakte. Maar de uitdrukking ‘prikkamer’ wordt ook metaforisch gebruikt voor de ziel. De “privé kamer” is de container van (privé) identiteit.

In het laatste jaar van de 20ste eeuw, ‘Big Brother’, werd de beruchte realiteitssepel (met zijn netwerkcontainer) gelanceerd in Nederland en werd gekloneerd en gekopieerd over de hele wereld. “Big Brother” heeft diepgaande mensen geschokt en een voornaamste onderwerp van debat in de media geworden, van populaire geselshows naar wetenschappelijke tijdschriften (“Is dit het einde van onze beschaving?”).

Wat schokkend was in “Big Brother” was de omroep (de inversie) van de privacy. De deelnemers van de zeep hebben hun identiteit niet gedefinieerd in de ‘privé kamer’, maar in de publieke netwerkomgeving van de uitzendbak. De ENDEMOL zeep was een interactieve omgeving (het televisie publiek had democratische rechten, de sequels beïnvloeden). De gevangenen in de container / netwerken getuige van hun bestaan in de “Real Virtuality” [2] van hun media aanwezigheid. Zij hebben hun identiteit ervaren binnen de ‘identies’ van de (communicatie) kanalen.

In hetzelfde jaar 1999 werd in Groot-Brittannië een grote campagne gelanceerd. Op de meeste billboards in grote en kleine steden verklaren mannen en vrouwen, jongeren en ouderen – kortom de gemiddelde nederlandse persoon – ik ben Ben. Dit was geen massale expressie van een identiteitskrisis, maar een reclamecampagne voor De lancering van het nieuwe GSM-bedrijf genaamd “Ben”, gericht op het publiek in het algemeen. De slogan was gebaseerd op een simpel spel op woorden, “ben”, wat in het Nederlands betekent “ik ben” en “ben” de naam van een gewone man zijn, evenals de naam van het mobiele telefoonbedrijf.

Maar wat deze slogan zo’n interessante uitdrukking van onze tijden maakt is zijn definitie van identiteit (ik ben: Ik ben) als connectiviteit (“Ben” is de netwerkaanbieder) met de ‘idensity®’ van de urbanite gedefinieerd als de dichtheid van De (overdekte media / “echte”) communicatieruimten.

In februari 2000 werd aangekondigd: “Ik Ben een jaar”.

This advertising slogan expresses in a very direct way nothing other than a new view of subjectivity and identity. Villém Flusser, the philosopher of communication, would write:

Deze reclame-slogan geeft op een zeer directe wijze niets anders dan een nieuw beeld van subjectiviteit en identiteit. Villém Flusser, de communicatiefilosoof, zou schrijven:

“Het nieuwe beeld van de mens lijkt ongeveer zo: we moeten een netwerk van intermenselijke relaties voorstellen, een ‘intersubjectieve relatie’. De strengen van dit web moeten worden opgevat als kanalen waardoor informatie (ideeën, gevoelens, intenties en kennis, enz.) Stroomt. Deze strengen worden tijdelijk geknipt en vormen wat we ‘menselijke vakken’ noemen. De totaliteit van de draden vormt de concrete sfeer van het leven en de knopen zijn abstracte extrapolaties. […] De dichtheid van de webs van intermenselijke relaties verschilt van plaats tot plaats in het netwerk. Hoe groter de dichtheid, des te meer ‘beton’ de relaties Deze dichte punten vormen golfgoten in het veld […] De golftroggen oefenen een aantrekkelijke kracht uit op het omringende veld (trekken in hun zwaartekrachtveld) zodat meer en meer intermenselijke relaties worden getrokken uit de periferie. ] Deze golftroggen heet ‘steden’. ‘ [3]

De term ‘idensity®’ is een conceptueel instrument voor het onderzoeken en ontwikkelen van (sociale) ruimte in de informatie- / communicatie-leeftijd.

[1] Lucaks, John, “The Bourgeois Interior”, in American Scholar, Vol.39, No. 4, Autumn 1970, pp. 620-21.
[2] Castells, Manuel (1996) The Rise of the Network Society, Massachusetts: Blackwell Publishers, pp. 327-375.
[3] Flusser, Vilém, “Die Stadt als Wellental in der Bilderflut”, in: Flusser, Vilém, Nachgeschichten. Essays, Vorträge, Glossen; Düsseldorf 1990; English translation in part by Stephen Cox (“The City as a Wave-trough in the Flood of Images”, in ARCH+ 111, March 1992, p. 84) and in part by Fiona Greenwood.

Idensity®

=

Identity
/
Private
+
Density
/
Public